Leiden de nieuwe programma’s niet tot vervlakking?

De nieuwe programma’s worden soms, vooral in de sector Techniek, geassocieerd met knutselen of fröbelen, met ‘algemeen techniek’. Dit is niet de bedoeling. Vmbo-leerlingen leren door doen en worden gemotiveerd door authentieke beroepssituaties. Die zullen ook in de toekomst belangrijk zijn. Voor de sector kenmerkende kennis, houding en vaardigheden zijn ook aan te leren aan de hand van concrete beroepsopdrachten.
Praktische activiteiten blijven onderdeel van het beroepsgerichte programma.

Belangrijk is en blijft dat leerlingen die dat willen na het vmbo een BBL-opleiding kunnen gaan volgen en de daarvoor noodzakelijke leerovereenkomst kunnen krijgen. Ze moeten daarbij over voldoende kennis, houding en vaardigheden beschikking. De examenprogramma’s moeten deze vakmanschapsroute mogelijk maken.

In de huidige praktijk gaan sommige scholen heel ver in het opleiden van leerlingen, met als gevolg dat leerlingen binnen één jaar hun niveau 2-opleiding op het mbo af kunnen sluiten. Dat zal in de toekomst waarschijnlijk minder kunnen. Het vmbo krijgt zijn taak als beroepsvoorbereidende opleiding terug, al blijven scholen vrij meer aan te bieden dan in het examenprogramma staat.

<< Terug naar overzicht